Alle berichten van Harriëtte en Wilfred Knigge

Ongekende blijdschap

Wilfred heeft voor het eerst in zijn leven een landingsbaan geopend waar nog nooit een MAF vliegtuig is geland. Samen met collega Richie Axon vlogen ze in juni 2022 naar Wetap. Drie jaar geleden had de RAA (Rural Aistrip Agency) een survey gedaan op de net nieuwe strip via een helikopter. Zij schreven aanbevelingen, zodat er een vliegtuig kon landen. Er kwam bericht binnen bij MAF dat alle aanbevelingen waren opgevolgd, dat ze klaar waren om een vliegtuig te ontvangen. En nu was het dan zo ver. De mensen in Wetap wisten nog van niets. Er zijn maar weinig communicatie-middelen met deze plek en pas op het laatste moment kwam er toestemming binnen van MAF Management om daadwerkelijk een test landing te doen. Deze test landing gebeurde zonder cargo en zonder passagiers, met het oog op de veiligheid.

De omgeving van Wetap
Wilfred kijkt naar de strip vanuit het vliegtuig. Hoe ziet alles eruit?


Samen met Richie vloog Wilfred naar Wetap toe. Voordat er daadwerkelijk geland kan worden, hebben ze meerdere keren laag over de strip heen gevlogen. Ziet alles er goed uit van bovenaf, ziet alles er uit zoals beloofd is en zien we geen gekke dingen? Hoe staat het gras erbij? Zien we geen erosie of afwaterings-kanalen midden op de strip? Zijn er geen obstakels ergens op de strip? Moeten we de strip via de linkerkant aanvliegen, of doen we een right-hand-circuit? Zo’n eerste keer ben je jezelf aan het trainen hoe je het circuit vliegt. Je bent altijd gericht op de veiligheid, maar nu nog een beetje meer. Heel bewust kijk je waar je heen gaat als je plotseling door omstandigheden toch wilt uitwijken (go-around). Die omstandigheden kunnen van alles zijn: er is iets met het vliegtuig, er is iemand of iets op de strip (zoals een hond), of je ziet iets geks op de landingsbaan (zoals bijvoorbeeld enorme stenen).

Dit is een afbeelding van V2 Track, ons trackings-systeem. Hier kan je zien hoe vaak Wilfred over de strip heeft gevlogen. Zoals je ziet waren dat vele rondjes!
De landingsbaan van Wetap (aangevlogen van de andere kant; van boven naar beneden, omdat het een one-way strip is van 12 procent inclinatie)

Eindelijk vonden ze het veilig genoeg om te landen. De mensen komen meteen aanrennen zodra Richie & Wilfred uit het vliegtuig komen. Met ongekende blijdschap rennen ze op de piloten af om ze te omhelzen. Kun je je voorstellen, dat na zoveel jaar hard werken, er opeens een vliegtuig daadwerkelijk land? Kan je je voorstellen dat mensen nu eindelijk een lijn hebben naar de buitenwereld (zonder dagen te lopen/varen)? Nu zijn er ambulance-vluchten mogelijk, om mensen in nood naar een ziekenhuis te vliegen. Nu kan er voedsel worden ingevlogen, zodat mensen een meer gebalanceerd dieet kunnen krijgen en bijvoorbeeld niet alleen maar groenten eten. Nu kunnen er gasten komen, zoals een medisch team of een zendeling (op verzoek van de lokale mensen). Nu wordt er via het MAF vliegtuig daadwerkelijk HOOP gevlogen! De mogelijkheden zijn ongekend, en daarom is hun blijdschap ook ongekend. Ze joelen en juichen. Ze rennen op de piloten af, omhelzen hen en springen om hun heen.

Daar komen ze aan!
Wilfred wordt omhelsd. Je ziet de uiteindelijke foto daarvan niet, omdat de andere piloot (Richie) ook omhelsd werd door de lokale mensen.

Binnenkort hopen we een eerste operationele vlucht uit te voeren, met spullen of personen in het vliegtuig. Dan zijn de mensen in Wetap voorbereid op de landing, en wordt er een uitgebreid feest verwacht.

Weer terug op de basis kwam er een dank-je bericht binnen van Shedric Bisapen, hij is de community leider van Wetap: “For all to God’s glory. Thanks to the dedicated and committed missionaries who work for God to serve and save the people by reaching out and touching the lives of thousands in many ways.
On behalf of my humble community, I praise God for prayers answered. Last Friday afternoon, I received a call from home. At the background, I could hear the noise of the aircraft and people dancing and celebrating in emotion. I shed tears on the phone with the caller and my heart filled with joy with satisfaction. I felt satisfied that all our hard work has finally paid us well.
My special thanks to all the line of officers from Operations to Communication, especially to the individuals I have communicated with you so far for the airstrip. You all have been very helpful to me. That is why I have a reason to smile, and I hope you would too. You all worked for the good of our people. I can’t wait to fly home soon. A real taste feeling. To God be Glory.

Congratulations to the duo captains who went into Wetap. You made me proud. Well done. God will continue to bless MAF and its operations.”

De tweede wereldoorlog in Wewak

De tweede wereldoorlog is voor de meeste van ons onbekend terrein. We hebben erover gelezen, misschien wat gehoord van onze grootouders. Een enkeling, zoals oma Warnar, kan er zelf nog over vertellen.
In Wewak (PNG) zijn wij nog nooit mensen tegen gekomen die er zelf over konden vertellen. Toch blijven de verhalen levend, omdat de verhalen keer op keer doorverteld worden. PNG is een ‘orale’ cultuur: de verhalen worden eerder mondeling doorverteld, dan dat ze worden opgeschreven.

In Wewak herinneren meerdere dingen ons nog aan de oorlog. Er zijn meerdere mitrailleurs en ander oorlog-metaal achtergelaten. Met regelmaat worden er helmen gevonden, pistolen en kogels. Wat nu eerder aandoet als een speeltuin voor onze jongens, was in de jaren 50 van de vorige eeuw een verschrikkelijke plek.  

Bovenop ‘boys-hill’ in Wewak. Er zijn vijf van deze joekels op een rij.

De tweede wereldoorlog begon in 1942 in PNG. Australiërs vochten samen met de Amerikanen tegen de Japanners. PNG was in die tijd nog een kolonie van Australië. De Japanners gebruikten verschillende kust-steden als uitvalbasis, voornamelijk Aitape en later ook Wewak.
In 1944 wilden de Amerikanen/Australiërs er voor zorgen dat alle Japanners weg zouden gaan uit PNG. Ze bombardeerden de bunkers die de Japanners hadden gegraven.

Een paar bunkers kunnen wij nu nog steeds bezoeken, en zijn vooral door de enorme tunnel-systemen zeer interessant voor onze jongens.

Ruim 600 Australiërs verloren hun leven in deze specifieke strijd en 7000-9000 Japanners overleden. De naslagwerken vertellen dat er in totaal 7000 Amerikanen, 7000 Australiërs en 200.000 Japanners zijn overleden aan het gevecht, honger en ziekte (voornamelijk malaria) tijdens de oorlog in PNG.


Wilfred heeft vandaag de dag al meerdere keren Japanners mogen rondvliegen. Velen hebben bij aankomst in Wewak een stel coördinaten op zak die ze aan Wilfred overhandigen. Op deze coördinaten zijn vermoedelijk hun voorouders overleden in de strijd. Ze willen graag hun voorouders eren, door boven de coördinaten rond te cirkelen in het vliegtuig. De Japanners hebben veel geld voor dit soort vluchten over. MAF kan door dit geld weer vele medische evacuaties gratis of tegen gereduceerd tarief uitvoeren. Een win-win situatie, veroorzaakt door enorme verliezen.

Monument bij Cape Wom in Wewak.

In september 1945 gaven de Japanners zich officieel over en later tekenden ze het vredes-verdrag op Cape WOM in Wewak. Vandaag de dag is dit een monument die vele Japanners bezoeken.

Zoek

Het is dinsdag middag en ik land in Mount Hagen. Andy (collega piloot in Wewak) komt aanlopen met de mededeling dat er iets gaande is rondom een vermiste boot in de buurt van Wewak. Snel lopen we naar de operation manager en proberen we duidelijkheid te krijgen. Er zijn nauwelijks details gegeven. Het enige wat we weten is dat er een boot van het eiland Wuvulu naar Wewak is gegaan, maar niet in Wewak is aangekomen op de afgesproken tijd.

De dag ervoor (maandag) was ik nog op Wuvulu. Ik nam het maximale aantal mensen en cargo mee, maar kon twee mensen niet meenemen vanwege het maximale start gewicht. De twee vonden dat natuurlijk wel wat vervelend, maar gelukkig ging er een boot, later die dag. Daarop zouden ze mee kunnen.
Ik realiseer me: de twee passagiers die ik heb ‘achter gelaten’, zitten op die vermiste boot. Het waren niet mijn passagiers, maar zo voelt het wel. Ik voel me enorm bij dit alles betrokken, mede door mijn rol hierin.

Snel vertrekken we uit Hagen, terwijl de wolken steeds donkerder worden. We zien dat Hagen town al is opgeslokt door de regen. Gelukkig is de Sepik, waar wij naar toe gaan, slechts licht bewolkt met veel blauwe lucht. We vertrekken op tijd en vliegen het mooie weer in.

Het slechte weer laten we snel achter ons in Mt Hagen.


Diezelfde avond krijgen we te horen dat de zoektocht morgen doorgaat. Er is nog steeds geen concrete informatie, maar we weten van waar de boot vertrokken is en waar hij naar toeging. Het plan is om morgenochtend vroeg te vertrekken, maar niet zo vroeg dat het nog schemerig is. We bellen het bedrijf dat voor brandstof zorgt op het vliegveld en vragen of ze extra vroeg aanwezig willen zijn. Iedereen doet net dat beetje extra om te zorgen voor een goede uitkomst van de zoekactie. Mijn vrije dag gaat de prullenbak in, maar dat kan mij op dit moment gestolen worden. Dit is waarom we hier zijn: helpen.

De zoektocht
Andy heeft ervaring in patrouille en zoekacties vliegen. Dat is een enorme aanwinst voor MAF PNG. En Wewak is dan ook de beste plek om hem gestationeerd te hebben (de enige basis die aan zee/water ligt). In de ochtend komen we tot een plan en gebruiken we zoveel mogelijk bronnen om data te verzamelen: wat doet de wind, wat is de stroming. Tijd van vermissing en hoelang zijn ze nu al aan het afdrijven. We proberen alles te berekenen en te beredeneren. Maar tegelijkertijd komen we erachter dat we niet uitgerust zijn voor dit soort missies: we hebben geen ervaring binnen MAF PNG voor dit soort acties. Het is mijn eerste keer. Andy heeft wel ervaring maar met andere middelen en andere omstandigheden. In Europa is veel meer data omtrent stroming en wind beschikbaar.

We stijgen op en beginnen de zoektocht vrijwel direct. We hebben allemaal een reddingsvest om, omdat we tot wel 200 km uit de kust plannen te vliegen. Initieel planden we om op 2000 voet hoogte te vliegen (600m), maar bewolking maakt het onmogelijk goed te zoeken, dus we zakken naar 1000 voet (300m).

Na bijna 6 uur vliegen met gereduceerd vermogen voor maximale vliegduur landen we weer op Wewak. Helaas, zonder resultaat.
Het is onduidelijk of de volgende dag weer gezocht gaat worden, dus we bereiden zoveel mogelijk voor, voor het geval dat.

Dag 1 het patroon links, dag 2 het patroon rechts.


‘s Avonds wordt duidelijk dat we de volgende dag inderdaad weer gaan zoeken. De volgende morgen zijn er twee extra mannen die meegaan als observer. Eén van hen is op dezelfde dag met een boot van een naburig eiland vertrokken naar Wewak. Toen wij opstegen van het eiland op maandag, zagen we hem met nog een andere boot aankomen op Wuvulu om te checken of meer boten naar Wewak gingen of dat er meer lading meer genomen moest worden. Hij heeft dus op dezelfde dag gevaren als de vermiste boot en heeft dus een goed idee van wind en stroming.
Samen met hem wordt een nieuw plan gemaakt en besloten in welk gebied gezocht gaat worden.

We stijgen weer op en doen hetzelfde als de dag ervoor: laag over het water, met reddingsvesten aan, 6 uur achter elkaar een patroon vliegen en continue naar buiten kijken in de hoop hen te vinden.
Helaas. Ook deze dag niet gevonden. Ik ben gefrustreerd en teleurgesteld. We hadden ze toch moeten kunnen vinden. Is het gebrek aan data dan toch een groter probleem dan ingeschat? Het is balen, maar er is niets wat we kunnen doen.

Die avond wordt duidelijk dat de zoektocht gestaakt wordt. De boot is al meer dan 80 uur vermist en elk uur wordt het zoekgebied groter. Weer-modelen waren tegenstrijdig, waarbij één model een oostelijke stroming aangaf en een ander model een westelijke stroming. Waar ga je dan zoeken!?

Een enorm groot zoek-gebied. Nederland er naast geplaatst ter vergelijking

In mijn hoofd
De dagen erna spookt de zoekactie veel door mijn hoofd. Elke keer als ik de zee zie, denk ik aan ze. Ik wil de zee weer op, verder zoeken. Maar op dit moment is het gewoon dwaas om door te gaan. Ze kunnen al meer dan 300 km van oorspronkelijke locatie zijn afgedreven. Het is onbegonnen werk. Het wordt mij duidelijk dat deze actie meer met me doet dan ik wil toegeven. Ik laat er niet al te veel over los en Harriëtte pikt de sporadische signalen ook niet op. Ik ben moe van de vele vlieguren en heb rust nodig. Ik doe de hele zaterdag niets, maar de gedachten blijven.

Zondag hebben we een gezamenlijke dienst met andere zendingsorganisaties op de heuvel bij Wewak. Deze heuvel kijkt uit over de zee. Ik sta buiten en kijk naar de zee, ik zoek naar een witte boot die rond dobbert. Ze moeten toch ergens zijn!
Gedurende dienst wordt mij duidelijk dat ik dit moet gaan verwerken en er over moet praten. Ik weet dat we alles gedaan hebben dat we konden, maar het voelt als falen. We hebben ze niet gevonden.

Het uitzicht op de heuvel waar ik nog steeds zoek naar het bootje.


Aan het einde van de dienst kijk ik weer uit over het water. Er dobbert een witte boot. Even denk ik: ‘wat als…’. maar het kan niet. Er zijn andere boten in de buurt en niemand gaat naar deze boot toe. Het is vast iemand die aan het vissen is. Verschillende mensen horen het verhaal en Harriëtte deelt het ook met iemand.

We gaan naar huis en een half uurtje later gaat de telefoon. Het is de persoon waar Harriëtte mee heeft gesproken. Hij heeft een bewaker op de compound die uit Wuvulu komt en heeft hem gevraagd wat hij er allemaal van wist. De bewaker vertelde dat zondagochtend een telefoontje binnenkwam uit Jayapura (West-Papoea). De boot is daar aangespoeld / land bereikt / opgepikt met alle inzittende in leven. Bijna 6 dagen hebben ze op de zee gedreven, zonder peddel en zonder communicatiemiddelen.
Wat een enorme opluchting. Geen zorgen meer en geen vragen of we het beter hadden kunnen doen. Blijdschap en dankbaarheid.

En de volgende keer, gaan we ze wel vinden…

Gek normaal

We zijn weer terug in Wewak.
En alles is gek normaal.
We rijden door de stad, de zoute zeelucht is zwaar.
Een paar gaten meer of minder in de weg, maar dezelfde mensen en dezelfde winkels.
In één winkel vind ik iets nieuws: lekkere crackers!
Als je in het buitenland woont, zijn zulke onverwachte dingen een heerlijke verrassing. De dingen die je normaal gesproken niet hebt en nu opeens voor je neus liggen. Fijn.
Geen melk te vinden, maar he, we hebben crackers!

Twee huishoudelijke hulpen (Agatha en Naomi) hebben me de afgelopen week geholpen bij het opruimen van ons huis. Leven in de tropen is meestal leuk en goed te doen, maar een huis drie maanden laten leegstaan is niet één van die dingen! De schimmel en het stof zat overal… vreselijk. We hebben gepoetst, gewassen en nog meer gepoetst. We hebben gelukkig bijna geen ongedierte gevonden. Tel je zegeningen 😊.

Een container uit Nederland die in december 2020 is gevuld is aangekomen en onze dozen stonden al in ons huis klaar. Geweldig leuk om te merken hoeveel mensen een kaartje en wat leuks hebben meegestuurd. Bijzonder.
Kaartjes vinden ook opeens onze weg weer via de post. De felicitaties van 2020 stromen binnen, leuk, je voelt je gewoon weer bijna jarig.

Alles is zo normaal en toch ook gek.
Ik moet echt weer een beetje wennen aan het land en alles wat er speelt.
Ik vraag aan Agatha of ze nog wel een beetje geld heeft om van te leven.
Voor ons verlof heb ik haar geld gegeven om deze tijd te overbruggen, maar het was allemaal op.
Tijdens dit gesprek pak ik weer een nieuwe lading onderbroeken uit.
Ik weet dat ik volgend jaar enorm blij ga zijn met deze extra voorraad.
Maar in dit land is voorraad, of vooruit plannen, iets wat men niet echt doet. Ik voel me schuldig met al die overdaad aan spullen die uit mijn tassen en dozen komen.
Ongelooflijk, wat zijn we rijk.

De grote kartonnen dozen zijn inmiddels leeg. Ik vraag aan Naomi om ze te verbranden. Ze kijkt me aan en vraagt: ‘vind je het goed als ik ze meeneem, om een wandje te maken voor bij onze WC?’. Haar vraag hakt erin. Ongelooflijk, wat zijn we rijk.

Ik doe de eerste boodschappen en zoals altijd verpakken ze de spullen uit de koeling met krantenpapier. Boter en worstjes, alles gaat met een krantenpapier eromheen in mijn meegenomen HEMA tas. Thuis haal ik het eruit en gooi de krant in de bak om te verbranden. Ik sta er even bij stil, en haal het er snel weer uit. Netjes vouw ik het op en leg het in een speciale bak die ik bewaar voor Naomi. Het is haar wc-papier.
Ongelooflijk, wat zijn we rijk.

Ik weet van de vorige keren dat het even duurt voordat we deze transitie tijd door zijn. Voordat ik deze dingen weer een plekje kan geven. Het komt weer goed, mijn hoofd moet even Nederland weer een beetje ‘vergeten’, zodat ik hier weer kan settelen en kan accepteren. Zodat ik hier weer kan geven, juist met en door de spullen die het voor ons thuis maken en het leven een beetje makkelijker. Ons gekke normale leven.

Licht

Voor de ramen van de vrouwengevangenis in Wewak is sinds kort een metalen plaat gespijkerd. Ze hadden zicht op een klein gedeelte van de mannengevangenis. Het is door mij geschreven, maar gebaseerd op de ervaring van Mary, die al 4 jaar in deze gevangenis zit.

Het is donker in de gevangenis.
Niet meer gluren bij de buren.
Het kleine vertier eruit gehamerd.
Het dwingt me intern te gaan.
Rondjes draaien in mijn eigen zware hoofd.
Daar waar het hamert op mijn schuld.
Ik heb geen energie om het nog enigszins leuk te houden.
Zoveel vrouwen op
zo weinig vierkante meter.
Het is donker in mij.

Midden in de nacht, zie ik een streepje licht.
Een gaatje in de metalen plaat, zo klein.
Zo groot op deze plek.
De maan, ze staat op haar vaste plek.
Altijd staat ze haar mannetje.
Altijd dealt ze met het donker.
Ze straalt licht.
Ze krijgt licht.
Ik sluit mijn ogen, mijn gedachten even stil.

God van licht, wees mijn gids.
Leid mij door het donker
Ik vertrouw op U.

God is licht en in Hem is in het geheel geen duisternis (1 Johannes 1:5).

Vuilnis

Afgelopen week hoorde ik de toeter van de vuilnisman voor onze gate. De mannen zijn al een maand niet meer geweest, dus ik ben blij dat de verzamelende rotzooi eindelijk weer weggaat. Het stinkt: het staat al die tijd in de volle zon. De mannen rijden op hun truck naar binnen. Twee springen eraf, halen de emmers zak voor zak leeg en gooien ze in de truck. Twee mannen in de truck openen elke zak. Er valt een nagellak uit de zak, van ons buurmeisje.  De man pakt het op, kijkt ernaar en doet het in de tas rond zijn schouder.

Nu pas valt het me op: alle vier de mannen hebben zo’n tas. Elke item wordt gescand, zit er nog iets van waarde in de vuilniszak? Zonder handschoenen wordt alles doorzocht, door mijn stinkende lege tonijn blikjes, nog nadruipend van de olie. Binnen een paar minuten is het klaar en vegen ze hun handen af aan de struikjes.

Eén man komt nog even naar me toe: heb ik misschien wat muntjes voor hem voor eten? Ik begrijp hem niet gelijk en hij heeft weinig tijd. Zoveel gedachten in mijn hoofd: hij heeft een baan! Hij heeft net al mijn rijkdom gezien in mijn afvalbak. Hoe weet ik wat zijn gezin echt nodig heeft? Waar begin ik aan? Zonder geld springt hij weer op de truck en drukken ze weer op de toeter, klaar om te gaan. Ik doe het hek weer open en kijk ze na. Ik voel me oncomfortabel rijk. Ik sta een moment stil bij wat ik heb, wat ik geef en wat ik gun. Dit land heeft zoveel noden! Ik kan niet, ik kan, ik….. Het hek valt dicht. Hun werk zit er op, een restje nagellak rijker, maar ik ben nog lang niet klaar met mezelf. 

Onderwijs in PNG

In september 2020 vloog Wilfred bijna 10.000 kilo aan schoolspullen van Vanimo naar Telefomin. Dat zijn ongeveer 11 vluchten van een uur zonder passagiers, waarbij het vliegtuig helemaal is volgestouwd. Vier dagen lang af en aan vliegen, om al die schoolspullen in Telefomin te krijgen.

Koffie mee om wakker te blijven 🙂
Uitladen in Telefomin.

Dik twee weken laten mag hij voor ronde twee. Deze keer 9000 kilo aan schoolspullen van Vanimo naar Tekin, verdeeld over 9 vluchten. Tekin ligt midden in de bergen. Er is geen weg naar toe, behalve door de jungle. Tekin is maar een klein plaatsje, maar de school die er staat haalt de beste cijfers uit de provincie. Dat komt grotendeels door de leidende kracht van Glenda Giles. Glenda is afkomstig uit Nieuw Zeeland en werkt al 53 jaar in PNG. Zij heeft de school in Tekin opgestart, doet over de jaren heen steeds verder een stapje terug en geeft lokale mensen steeds meer verantwoordelijkheid. Ze is dan ook al in de 70, maar nog steeds fit en staat stevig in haar schoenen. In de vakanties is ze met regelmaat in Wewak en mogen we meegenieten van haar verhalen tijdens een gezamenlijke maaltijd.

Glenda Giles achter haar bureau in Tekin.

Het is niet alleen maar genieten van de verhalen. Het onderwijs-systeem is een schrijnende situatie hier in PNG. Er zijn drie testen die studenten moeten afleggen. De landelijke cijfers zijn als volgt: 50% haalt grade 8 (onze tweede klas van de middelbare school ongeveer). 30% haalt grade 10 en maar 15% haalt grade 12 (het einde van de middelbare school). Mocht je succesvol grade 12 hebben afgerond, dan zijn er een aantal ‘universiteiten’ waar je voor kan inschrijven. Dan kan je leren voor engineer, ICT of leerkracht.
Op onze vraag waarom deze cijfers nu zó laag zijn, vertelt Glenda dat er verschillende redenen zijn. Er is geen school als het regent. Er is geen school als de leraar geen zin heeft. Vele leraren weten niet hoe ze bij het kind moeten aansluiten, geven klassikaal les en sommige kinderen komen dan niet mee. Er zijn niet echt mogelijkheden voor extra lessen of één-op-één onderwijs. De overheid betaalt niet altijd met regelmaat het salaris van de leraar.

Dit is de 2021 situatie voor kinderen in PNG. Als ze al naar school gaan. Want vele kinderen hebben hier geen mogelijkheid voor. Ze wonen bijvoorbeeld afgelegen in kleine dorpjes in de jungle en er zijn te weinig leerkrachten (die allemaal grade 12 en daarna universiteit afgerond moeten hebben) voor elke plek. Of ze wonen wel in de stad, maar er is niet genoeg inkomen voor schoolgeld en het verplichte uniform.

Zoveel onderwijsmateriaal. Zoveel kansen. Gaaf!

Glenda houdt de moed erin. Zij zegt: ‘al die schoolspullen die MAF jaarlijks bij ons in Tekin brengt, helpen de studenten op onze school. Ja, helaas zijn de slagingspercentage’s laag. Maar zonder schoolspullen, zou er helemaal geen school mogelijk zijn. Elk kind dat het wel haalt is er één.’

En dat is wat er bij ons ook de moed er in houdt: soms lijkt het werk als een druppel op een gloeiende plaat. Maar als er maar genoeg druppels vallen, koelt de plaat vanzelf af. Elke leerling die een kans krijgt om naar school te gaan, ziet daar zelf ook echt de meerwaarde van in. En we kennen meerdere leraren die, na hun opleiding, terug gekeerd zijn naar hun geboortedorp om les te geven. Niet omdat ze dan zo’n goede job hebben, maar omdat ze andere kinderen ook een kans willen geven. Zo zetten we met elkaar de schouders eronder en wordt PNG elke dag een beetje mooier.

Hoop, lucht en leven

In de verte hoor ik het geluid wat mijn hart herkent. Is hij het echt? We turen naar de lucht, maar zien nog niet veel. Toch horen we het steeds duidelijker. Een stipje wordt groter en groter. Hij is het echt. Mijn hart haalt opgelucht adem. Caroline en ik kijken elkaar stralend aan en ik krijg een knuffel. Het MAF vliegtuig komt eraan. Tien minuten geleden hebben we pas gehoord dat Wilfred ons komt ophalen. Eindelijk. Ik besef dat ik nu pas een klein beetje gevoel krijg wat het geluid van ons MAF vliegtuig betekent voor de mensen hier in de bush. Ik zelf voel hoop, lucht, leven. En ik ben niet eens gewond, of in nood. Ik wil enkel graag terug naar mijn man en kinderen en mijn eigen vertrouwde plekje, na een week een cursus gegeven te hebben in de bush met Caroline.

Trauma Healing Training in Moropote: 40 tot 45 studenten die vier dagen in de kerk samen komen om te trainen en te praten over hartwonden, trauma’s en hoe we deze mensen kunnen helpen.

Misschien herinner je mijn verhaal nog: de vorige blog over de trauma healing cursus. We hadden een super mooie week. Het einde liep anders dan gedacht en ik besefte dat ik dat ook graag zou willen opschrijven. Dus bij deze een verhaal uit mijn hart.

Moropote uit de lucht

Het is een maandagmorgen in maart, 10 uur in de ochtend als we het vliegtuig horen. Vrijdag zouden we opgehaald worden door een collega van Wilfred, maar dat kon plotseling niet doorgaan. Vier dagen waren we onzeker of het überhaupt ging lukken. Voorzichtig peilde Caroline, mijn Liebenzell collega en vriendin uit Wewak, of er genoeg benzine was om een kanobootje te ‘huren’ en ons naar een plek te varen waar we via de bus naar Wewak terug zouden kunnen komen. Een enorm dure reis van twee dagen. Tegelijkertijd hadden we in ons achterhoofd dat ik hier was, de ‘vrouw-van’. MAF heeft zijn personeel zeer hoog zitten. Ze zouden mij, en daarmee Caroline, hier nooit laten zitten in de bush. Een bevoorrechte positie, en waaraan verdiend?

Luke bij de radio. Hij is de officiële MAF agent die de strip onderhoudt en ook het radio-verkeer doet. Samen met zijn vrouw onderhouden ze ook het zendelingenhuisje van Liebenzell waar wij in overnachten.

De afgelopen week heeft Luke elke ochtend en middag bij de radio gezeten om updates te ontvangen. Om te horen wat er speelt in PNG. We horen via Luke niets over Covid19, en vertellen er zelf ook niets over. Waarom zouden we de mensen in de bush ongerust maken? Aan het einde van de week komen de eerste geluiden over Covid19 binnen. In de bush is geen bereik, ik kan onmogelijk checken wat er gebeurd is in de wereld en hoever het virus PNG al is binnen gedrongen.

Het gezin van Luke en Esther

Luke en Esther zorgen samen voor het huisje waar Caroline en ik in verblijven. We zitten vaak in hun ‘tuin’ om te kletsen en lachen.  Iemand heeft een cup-a-soup zakje aan hem gegeven, maar hij heeft geen idee hoe hij het moet klaar maken. Of hij de poeder uit het pakje moet opeten, is dat de bedoeling? Hij lacht om mij als ik weer eens wat nieuw eten probeer en daar allerlei gezichten bij trek.

Donderdagmiddag is de cursus afgelopen. En juist als we afscheid nemen van de cursisten vertelt Luke over Covid19. Het bericht is vaag. Wederom krijg ik een klein beetje gevoel bij hoe het is om in de bush te wonen. Je hebt gewoon geen idee wat er daarbuiten gebeurd, is het nieuws echt waar en wat houdt het precies in? We lezen psalm 91 bij ons avondeten (wat vis die lokale mensen kwamen brengen): mijn toevlucht, mijn vesting, mijn God! Ik vertrouw op U.

Caroline en ons gebrachte avondeten: visjes! Lekker.

Vrijdag horen we dat MAF ons nog steeds niet kan ophalen. Ik heb een rotdag. Beiden zijn we geen nieuwelingen op het veld, we kennen het woord flexibiliteit door en door. Maar de onzekerheid echter blijf ik naar en lastig vinden, kan ik moeilijk een plek geven. We maken onze porties meegenomen eten wat kleiner, en zijn extra dankbaar voor wat de lokale mensen met ons delen. Hoe lang gaat dit nog duren?
Zaterdag horen we dat er plannen worden gemaakt om ons op te halen. Caroline en ik krijgen iets meer lucht. We zetten de knop om en proberen het beste er van te maken. We lachen, verzinnen onze eigen spelletjes en lezen nogmaals psalm 91.

Ik had maar één spelletje bij me, met dobbelstenen. Even uit het hoofd hoe Yathzee ookal weer ging.

Zondag horen we dat vanaf dinsdag er geen luchtverkeer meer mogelijk is. De regering gooit alles dicht om Covid19 niet te verspreiden.

Maandagmorgen is daar dan eindelijk het verlossende woord: Wilfred is er over 10 minuten. Ik ben bang dat ik het Tok Pisin van Luke niet goed verstaan heb. Caroline is blij en geeft me een high five. Kennelijk mag ik m’n oren geloven. We ruimen onze laatste zooi op. Geven nog een knuffel en een hand aan deze mooie mensen. We zijn blij en dankbaar dat we worden opgehaald. Tegelijk is er dit besef: wanneer zien we ze weer? Hoe gaat dit verder met Covid19? Moeten we het land uit? En de lokale mensen dan? Vragen, zoveel vragen. Maar de dankbaarheid overheerst.

Wilfred en ik op de terugweg.

We kijken terug op een mooie week, met een heel gek einde. Ik had verwacht om meer te leren van de taal en de cultuur deze week en dat is gelukt. Maar de onverwachte les van deze week was het klein beetje mogen ervaren van wat de mensen in de bush voelen als je echt in nood bent en er geen snelwegen zijn naar ziekenhuizen of naar huis. Ik besef dat ik nooit meer het geluid van ons MAF vliegtuig voor lief zal nemen. En ik hoop en bid dat God via MAF nog vele mensen hoop, lucht en leven zal geven.

Waymaker, miracle worker, promise keeper, light in the darkness.
My God, that is who You are!

Trauma Healing cursus

Begin maart mocht ik met Caroline Waelde naar Moropote om een trauma healing course te geven. Caroline werkt voor Liebenzell Mission en zij geven (of regelen) met regelmaat een week lang cursus voor de mensen in de omgeving van Moropote. Een soort bijbelschool, maar dan niet full-time.

Samen met Caroline onderweg naar Moropote. En nee, die bagage is niet allemaal van ons :).

Ik ken Caroline uit Wewak, waar zij met haar gezin woont. Door haar leerde ik ook de vrouwengevangenis kennen. Sinds 2019 gaan we daar elke week samen heen. En nu is het tijd om deze cursus in Moropote te geven. Een cursus die uitlegt wat hartwonden zijn, wat rouw is en hoe je mensen daarbij kan helpen.  En wat God daarover zegt, wat je kan leren uit de bijbel en wat vergeving is. Zo ontzettend van toepassing in dit land waar heel veel mensen geen toegang hebben tot gezondheidszorg en dus jong sterven, en waar er weinig professionele hulp mogelijkheden zijn voor psychische noden.

Aankomst in Moropote, zo leuk dat ik daar ook mensen ken van onze vorige bezoeken.

Een prachtige welkomsbrief & ceremonie met muziek. Mijn naam ‘Haleta’ klinkt als ‘highlighter’ in hun uitspraak. Ik keur het goed!

Een volle kerk: 40 tot 45 studenten per dag!

Rechtstreekse bemoediging vanuit de bijbel.

We hebben echt een fantastische week. 40 tot 45 studenten zijn er, mannen en vrouwen. Elke ochtend verzamelen ze zich voor 4 uur les en elke middag geven we weer 2 uur les. Het is een vol programma, maar we leren samen. Zij delen over hun cultuur, wij delen wat Westerse wijsheden, samen leren we uit de bijbel. We zingen, maken grapjes, bidden met de mensen voor hun persoonlijke noden en zwemmen in de rivier.

Elkaar helpen bij het bijbel lezen.

De mannen en vrouwen zitten netjes gescheiden.

Vrouwen vol met vragen. Velen komen ‘s middags één op één naar ons toe.

We leren voornamelijk wat vrouwen goed kennen. Ze hebben allerlei vragen over de cursus, en komen die in de rustige momenten aan ons stellen. Het is voor hun moeilijk om een vertrouwens-persoon te vinden in de bush. Iedereen is familie-van, en dan is delen lastig, want je wilt niet dat jouw verhaal overal bekend wordt. Caroline spreekt de taal vloeiend, ik zit er naast en luister. Ik bid mee met m’n hart, en ben al lang blij als ik ongeveer het onderwerp weet. Ik verwonder me over de vragen die gesteld worden, zo persoonlijk, zo variërend en soms zo basaal. Van opgezwollen voeten tijdens de zwangerschap tot de rol van mannen en vrouwen in de kerk. Van de vanille-oogst tot problemen rondom onderwijs van de kinderen.

Biblebox verkoop

Tussendoor verkoop ik heel veel audiobijbels, Tok Pisin bijbels, wat leesbrillen en Jezus DVDs. Dit alles komt uit de biblebox die Wilfred vaak bij zich heeft in het vliegtuig en nu even aan mij heeft uitgeleend.

Ik bewonder de lokale mensen. Zo sterk. Mevrouw A. is net een maand geleden bevallen, en neemt haar kleintje in de bilum mee. Elke dag zit ze klaar op de voorste rij, met nog een andere peuter om haar heen. Meneer B. hoort niet alles helemaal achterin, maar vertelt ons dat hij een gebedsstrijder is, en voor ons bidt gedurende de cursus. Of we even onze gebedspunten op willen schrijven, dan kan hij die mee naar huis nemen na de cursus. Meneer H. neemt zijn zoontje elke dag mee naar de cursus en het kindje slaapt waar hij een lekker plekje vindt.

Meneer B. de gebedsstrijder

Kinderen slapen waar ze willen.

Donderdagmiddag is de cursus afgelopen. En juist als we afscheid nemen van de cursisten vertelt Luke (de man die elke ochtend en middag bij de HF radio zit) over Covid19. Het bericht is vaag. Ik krijg een klein beetje gevoel bij hoe het is om in de bush te wonen. Je hebt gewoon geen idee wat er daarbuiten gebeurd, is het nieuws echt waar en wat houdt het precies in? Hoe ver is Covid19 inmiddels verspreid, zal het ook al hier in PNG zijn? We lezen psalm 91 bij ons avondeten (wat vis die lokale mensen kwamen brengen): mijn toevlucht, mijn vesting, mijn God! Ik vertrouw op U.

Groepsfoto!

Uiteindelijk worden we op maandag opgehaald om weer naar huis te gaan.  We kijken terug op een prachtige week. Ik keek er zo naar uit om deze cursus te gaan geven. Trainen doe ik graag, en het is heerlijk voor me om iets buiten huis te kunnen doen met mijn gaven. We zijn nu ruim drie jaar uit Nederland, en voor het eerst in het buitenland voelde ik het vanuit mijn tenen: ja, hiervoor ben ik gemaakt. Dit mag ik zijn.